Cultuurhistorisch rapport monument bij ingetrokken aanvraag of vooroverleg
Beste Zaalberg,
Uw vraag:
Al in de selectielijst van 1996 en ook in 2020 geldt voor de resultaten van archeologisch onderzoek (of MER of bodemonderzoek) dat deze bewaard moeten worden, ongeacht of de toestemmingsvraag waarbij ze worden geleverd verleend wordt of niet.
Dat is begrijpelijk, want hiermee wordt de historische/archeologische informatie over de bodem op een locatie netjes vastgelegd.
Waarom lijkt dit niet te gelden voor opnames van Rijks/gemeentelijke gebouwde monumenten? Daar zou je toch eigenlijk ook de informatie over de toestand van het monument door de jaren heen willen vastleggen. Dus wanneer er een cultuurhistorische of bouwkundige opname van het monument wordt ingediend bij een aanvraag die niet doorgaat of een vooroverleg, is het rapport een waardevol document om toch te bewaren los van de zaak, terwijl de aanvraag en uitkomst uiteindelijk vernietigd wordt.
Onder welke argumentatie zou dat mogelijk zijn? Ik neig nu naar 3.16.1, bewaren voor rapporten voor 2017 en 11.1.11 voor rapporten na 2017. Dus daarmee pas ik dan de argumentatie toe die voor archeologische rapporten toe op basis van de Erfgoedwet en Omgevingswet. Kan dat?
Antwoord:
Een gemeente heeft de verantwoordelijkheid om de bodemgesteldheid binnen de gemeente in de gaten te houden. Daarom worden bodemonderzoeken permanent bewaard, ondanks dat ze na een paar jaar hun geldigheid hebben verloren.
Voor monumenten is dat anders: dat zijn eigendommen van derden. Die derden zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van die monumenten. De gemeente heeft daarin alleen een toezichtstaak.
De gemeente heeft dan ook geen verantwoordelijkheid om gegevens van monumenten die geen eigendom zijn permanent te bewaren. Dat doen we wel vanuit historisch oogpunt, maar dat geldt dan alleen voor ‘werkzaamheden’ die ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. We willen geen gegevens bewaren van werkzaamheden die niet zijn uitgevoerd en dus staat dat in de selectielijst op V.
Nu hebben gemeenten wel de mogelijkheid om uit te zonderen van vernietiging op basis van paragraaf 1.3 van de selectielijst. Daaronder kunnen documenten vallen over ‘bijzondere gebouwen’ zoals monumenten. Dat dient dan wel te worden overlegd met de archivaris.